Column: Sander Grijpstra (directeur Europa's grootste speeltuin)

Bennebroek, 18 januari 2011

We gaan vandaag op schoolreis!


Eindelijk is het dan zover, het is vandaag de dag waarop mijn school op schoolreis gaat. Ik ben al vroeg wakker en weet dat we over twee uurtjes allemaal in de bus zitten. Nog eventjes en dan toetert de buschauffeur naar alle ouders die ons uitzwaaien, maar dan rijden we toch echt, op weg naar die ontzettend grote speeltuin in Bennebroek. “Juf? Juf? Bas zegt dat Linnaeushof Europa’s grootste speeltuin is. Klopt dat?” Juf Marijke is al twintig jaar één van de leukste juffies van de school en gaat altijd mee op schoolreisje. Zij zal toch heus wel weten of we inderdaad naar zo’n grote speeltuin gaan. “Bas heeft inderdaad gelijk. Linnaeushof bestaat al bijna vijftig jaar en is met maar liefst 350 speeltoestellen en attracties de allergrootste speeltuin van Europa.” Ik weet van blijdschap niet goed wat ik moet zeggen, maar meteen snap ik dat we dan wel heel erg ons best moeten doen vandaag. Pfff…. 350 speeltoestellen en attracties, dat is echt heel erg veel!

Als we er straks zijn ga ik als allereerste in de Toffe Toren en daarna in die hoge touwbruggen over de waterfietsenvijver naar… uhm… uhm….” “Het Piratennest” zegt Kim naast me. Kennelijk zit ik me zo te verheugen dat ik hardop praat en iedereen om me heen zit mee te luisteren. Gelukkig ben ik niet de enige die zenuwachtig is, want al snel schreeuwt iedereen door elkaar “Ik ga eerst op de trampolines, nee wacht… eerst van de grote glijbaan, daarna naar waterspeeltuin De Oase en dan op de trampolines”. De sfeer zit er al goed in en voor we het weten staat de bus stil bij een groot groen bos, waar op de poort staat geschreven: “Linnaeushof”. We zijn er!

Het is slechts een deel uit een dag van één van de duizenden scholieren die wij jaarlijks mogen ontvangen in ons park. Fascinerend zijn de gespannen gezichten bij de kassa als ze op het punt staan om het park in te gaan en binnen enkele minuten van de ene naar de andere attractie rennen. Een fantastisch gezicht en gelukkig is er in al die jaren nog niets veranderd aan het “kind zijn”. Natuurlijk zien wij als organisatie grote verschillen tussen scholen uit de grote steden en scholen uit kleinere dorpen. Maar binnen korte tijd na binnenkomst is ieder kind echt aan het spelen en zie je dat heerlijke, pure gevoel weer terug zoals ik dat vroeger ook kende. Nergens aan denken vandaag, de enige zorg die je hebt is zoveel mogelijk speeltoestellen en attracties doen, want eenmaal terug in de bus kun je niet zeggen dat je niet in de monorail hebt gezeten of dat je het optreden van Bennie Broek hebt gemist.

Linnaeushof is al bijna vijftig jaar bezig om het begrip speeltuin steeds weer naar een hoger niveau te tillen. Kinderen veranderen in hun behoeftes, in hun manier van ontdekken en in hun wijsheid, maar het zelf rennen, klimmen, klauteren, glijden en schommelen zal altijd leuk blijven. Actief bezig zijn, misschien wordt het in de toekomst alleen nog maar belangrijker!

Het grootste compliment wat wij als Linnaeushof kunnen krijgen, is wanneer de scholen weer vertrekken naar de bus en één van de scholieren roept: “Dag meneer…. tot de volgende keer!” Een op het oog simpele en misschien wel wat stoere opmerking tussen al zijn vriendjes en vriendinnetjes, maar “tot de volgende keer” zegt alles! De rode wangen op zijn gezicht en de brede lach onderstrepen nog eens extra dat hij een dag vol speelplezier heeft gehad.

Als ik weer achterin de bus ben gekropen zeg ik tegen Bas “Tot de volgende keer? Zei jij dat nou tegen die meneer bij de uitgang?” Bas zit half onderuit gezakt en zegt: “Ja, dat zei ik inderdaad! Ik ga deze zomer zeker nog een keer terug naar Linnaeushof, want er is hier echt zoveel te doen”. Ineens zie ik hem zijn voorhoofd fronsen en roept hij “Oh nee……. nu ben ik nog niet in de kabelbanen geweest. Nou ja….. dat doe ik dan van de zomer wel…… de volgende keer!”

Sander Grijpstra,
directeur Recreatiepark Linnaeushof

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van al onze aanbiedingen en nieuwtjes!