Column: Tijs van Ruiten (Nationaal Onderwijsmuseum)

Rotterdam, 20 augustus 2009

"Op schoolreis!"


Een van de beste herinneringen aan je schooltijd blijft toch wel het jaarlijks terugkerende schoolreisje. Al dagen van te voren ontstaat een licht nerveus gevoel over de grote dag die komen gaat. Van de bijzondere reis met de bus, het onbekende reisdoel, tot en met het wegduiken onder de bank als de bus aan het eind van de dag weer terugkeert bij de school. Een achtbaan van bijzondere gebeurtenissen waar weer een jaar lang op geteerd kon worden.

Gek genoeg is in de collectie van het Nationaal Onderwijsmuseum bitter weinig te vinden over het schoolreisje. Het beperkt zich veelal tot foto’s, waaruit in ieder geval de populariteit van bepaalde reisdoelen naar voren komt. Zo beschikt het museum over een mooie collectie foto’s van schoolgroepen netjes opgesteld voor de Flying Dutchman op Schiphol in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Naar het ontstaan van het schoolreisje blijft het voor het museum vooralsnog gissen, daarvoor is er op dit moment te weinig informatie beschikbaar. Het is daarom juist zo aardig dat bij een schenking schoolboeken en documenten onlangs een, op schoolschriftpapier geschreven programma opdook, van een schoolreisje op 20 juli 1926. Aan het handschrift te zien geschreven door een van de deelnemende leerlingen.

De herkomst is jammer genoeg voor het museum niet na te gaan, maar de informatie die het programma en de op de achterzijde vermelde ‘regels van de reis’ geven, bieden wel een aardig inzicht in het wel en wee van een schoolreis tachtig jaar geleden. De pret begint klaarblijkelijk al de avond voorafgaand aan de grote dag. De leerlingen worden geacht om 7 uur ‘s avonds op school de limonade op te halen. Het dagprogramma begint om zes uur in de morgen met vertrek per boot en eindigt in de avond om tien uur. In de tussenliggende uren wordt een bezoek gebracht aan Utrecht voor een rondwandeling, Zeist met wederom een wandeling, Maarn voor een bezoek aan de speeltuin, terug naar Zeist voor het beklimmen van de Piramide van Austerlitz en weer naar Utrecht voor een rondrit. Er wordt gebruik gemaakt van alle mogelijke beschikbare vervoermiddelen, de boot, de trein, de tram, de auto en open touringcars.

Nog interessanter zijn “De regels van de reis”. In zestien punten probeert de opsteller van de regels en tips sturing te geven aan het welslagen van de reis. Zo wordt er fijntjes op gewezen de eerder op school opgehaalde limonade niet reeds thuis voor vertrek te consumeren en moet voor 3 maal brood worden meegenomen. Zoet snoepgoed is verboden. Er mag slechts weinig geld worden meegenomen, niets is ook goed en als er dan wat gekocht moet worden, dan enkel onder toezicht. De normen en waarden staan ook hoog in het vaandel. De leerlingen worden geacht netjes in de rij te lopen, niet tijdens het autorijden aan takken te trekken en hoofd en armen tijdens het vervoer per trein, tram en auto binnen boord te houden. De grote kinderen wordt gewezen op hun voorbeeldfunctie voor wat betreft het gedrag, maar voor iedereen geldt dat “Meneer Dorst en Juffrouw Moeheid mogen thuisblijven”.

Alleen regel negen geeft nog een kleine aanwijzing over de herkomst van het document: ‘Voor je melk of limonade moet je niet bij meneer Adriaansen zijn’. Blijkbaar probeerde meneer Adriaansen, misschien het hoofd der school, het gezeur van tientallen jengelende kinderen bij voorbaat de kop in te drukken.

Tijs van Ruiten,
directeur Nationaal Onderwijsmuseum

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van aanbiedingen, speciale acties en schoolreisnieuws!